top of page

Verklevingen na buikoperatie

  • Foto van schrijver: Wildenberg Osteopathie
    Wildenberg Osteopathie
  • 1 jul
  • 10 minuten om te lezen
Verklevingen na buikoperatie

Verklevingen na een operatie, ook wel postoperatieve adhesies genoemd, zijn een veelvoorkomend gevolg van buikchirurgie. Veelvoorkomende abdominale ingrepen, zoals een blindedarmoperatie, keizersnede of darmoperatie, kunnen leiden tot de ontwikkeling van postoperatieve adhesies. Uit onderzoek blijkt dat ongeveer 89% tot 95% van de patiënten na één of meerdere buikoperaties adhesies ontwikkelt (Chen et al., 2023). Daarmee behoren verklevingen tot de meest voorkomende langetermijngevolgen van abdominale chirurgie.


In de praktijk kunnen ze een belangrijke, maar vaak onderschatte rol spelen bij langdurige klachten. De mogelijke impact van verklevingen wordt niet altijd herkend binnen de reguliere nazorg. Klachten zoals pijn, een trekkend gevoel, bewegingsbeperkingen of functionele darmproblemen worden daardoor niet altijd direct in verband gebracht met een eerdere operatie.


Tijdens het schrijven van mijn thesis ben ik me steeds meer gaan verdiepen in dit onderwerp. Juist omdat verklevingen zo vaak voorkomen, maar tegelijkertijd relatief onbekend zijn, werd mijn interesse steeds groter. De complexiteit van adhesies en de invloed die ze kunnen hebben op verschillende lichaamssystemen maken het een fascinerend onderwerp, zowel binnen de reguliere geneeskunde als binnen een bredere kijk op het menselijk lichaam.


Wat veel mensen niet weten, is dat zij met dit soort klachten ook bij een osteopaat terechtkunnen. Binnen de osteopathie ligt de focus onder andere op het verbeteren van de beweeglijkheid van weefsels en het ondersteunen van het lichaam als geheel. Voor sommige patiënten kan dit een waardevolle aanvulling zijn binnen hun herstelproces.


Verklevingen na buikoperatie

In dit artikel wordt dieper ingegaan op wat verklevingen precies zijn, hoe ze ontstaan en welke gevolgen ze kunnen hebben. Daarbij wordt ook gekeken naar de verschillende manieren waarop klachten, en met name pijn, zich kunnen uiten en hoe dit in de praktijk herkend kan worden.

 

Oorzaken

Verklevingen in de buik ontstaan meestal na een operatie, maar kunnen ook andere oorzaken hebben. Ontstekingen in de buik, zoals bij bekkenontstekingen of endometriose, kunnen het buikvlies irriteren waardoor organen aan elkaar kunnen gaan vastkleven. Ook bestraling van de buik of het bekken (bijvoorbeeld bij kankerbehandeling) kan het buikvlies beschadigen en zo op termijn verklevingen veroorzaken.


In zeldzame gevallen zijn verklevingen aangeboren en dus al vanaf de geboorte aanwezig, zonder dat er een operatie of ontsteking aan vooraf is gegaan.


Hoewel er verschillende oorzaken mogelijk zijn, ligt de nadruk in deze tekst op verklevingen die ontstaan na een operatie. Tijdens een operatie raakt het weefsel beschadigd en kan er tijdelijk minder zuurstof in het gebied zijn. Deze reactie van het lichaam kan leiden tot een verstoord herstelproces, waarbij te veel bindweefsel wordt aangemaakt en verklevingen ontstaan.


Het ontstaan van verklevingen

Het buikvlies (peritoneum) is een dun, glad vlies dat alle organen in de buikholte omhult en beschermt. In een gezonde situatie zorgt het ervoor dat organen soepel langs elkaar kunnen bewegen zonder wrijving of “vastplakken”. Dit is belangrijk omdat de buikorganen voortdurend in beweging zijn, bijvoorbeeld tijdens vertering en ademhaling. Daarnaast speelt het buikvlies een actieve rol in herstel na schade, ontstekingsreacties en afweer in de buikholte. Ook is het betrokken bij pijnwaarneming: sommige delen geleiden pijnsignalen duidelijker dan andere, waardoor buikpijn niet altijd precies te lokaliseren is.


Het ontstaan van verklevingen hangt samen met hoe dit buikvlies herstelt na schade, bijvoorbeeld door een operatie of ontsteking. Dit herstel verloopt anders dan bij de huid: waar een huidwond van de randen naar binnen geneest, wordt het buikvlies over het hele beschadigde oppervlak tegelijk hersteld. Hierdoor verloopt genezing relatief snel, meestal binnen enkele dagen.


Juist in deze vroege herstelfase ontstaat het risico op verklevingen. Direct na schade treedt een stollingsreactie op waarbij fibrine een tijdelijke “plaklaag” vormt om het wondgebied af te sluiten en te beschermen. Tegelijkertijd start een ontstekingsreactie met onder andere witte bloedcellen en opruimcellen, die beschadigd weefsel verwijderen en herstelprocessen aansturen.


Bij een normaal herstel wordt deze fibrinelaag binnen enkele dagen afgebroken en vervangen door glad, functioneel buikvlies. Wanneer dit proces verstoord raakt, bijvoorbeeld door uitgebreide weefselschade of aanhoudende ontsteking, kan de fibrinelaag blijven bestaan en uitgroeien tot bindweefsel.


Verklevingen na buikoperatie

In de dagen daarna zorgen fibroblasten voor de opbouw van nieuw weefsel door collageen aan te maken, als onderdeel van littekenvorming. Dit weefsel is in eerste instantie nog los en veranderlijk, maar wordt geleidelijk steviger en structureler (remodellering).


Wanneer dit herstelproces te sterk of te langdurig is, kan dit ertoe leiden dat organen minder vrij langs elkaar bewegen en er blijvende verklevingen ontstaan.

 

Complicaties van verklevingen

Verklevingen in de buik kunnen al tijdens of kort na een operatie ontstaan, maar geven vaak pas jaren later klachten. Doordat ze zich geleidelijk ontwikkelen, wordt de link met een eerdere buikoperatie niet altijd direct gelegd. Hierdoor blijven ze soms lange tijd onopgemerkt als mogelijke oorzaak.


De klachten kunnen sterk variëren. Veel mensen ervaren milde of vage symptomen zoals een opgeblazen gevoel, wisselende stoelgang of lichte buikpijn. In andere gevallen kunnen de gevolgen ernstiger zijn.


Zo kunnen verklevingen rond de eileiders de functie van de voortplantingsorganen verstoren, waardoor het moeilijker wordt om zwanger te raken. Onderzoek laat zien dat vrouwen na bepaalde buikoperaties, zoals darmchirurgie, een lagere kans op zwangerschap hebben dan vrouwen zonder operatie, wat suggereert dat verklevingen hierin een rol kunnen spelen.


Ook darmproblemen komen regelmatig voor. Verklevingen zijn een belangrijke oorzaak van dunne-darmobstructies, waarbij de darm gedeeltelijk of volledig wordt afgekneld. Hoewel een volledige afsluiting relatief zeldzaam is, kan dit een ernstige situatie zijn die ziekenhuisopname of een operatie vereist. Het risico hierop hangt vooral samen met de locatie en aard van de verklevingen, en niet simpelweg met het aantal operaties.


Daarnaast kunnen verklevingen bijdragen aan chronische buikpijn. Door trekkrachten op organen kunnen pijnprikkels in het buikvlies ontstaan. Tegelijkertijd is deze relatie niet altijd eenduidig: niet iedereen met verklevingen heeft pijn, en het operatief losmaken ervan leidt lang niet altijd tot blijvende klachtenvermindering. Bovendien brengt een nieuwe operatie opnieuw het risico op het ontstaan van verklevingen met zich mee.

 

Behandeling van verklevingen: opereren of niet?

Hoewel er binnen de geneeskunde steeds meer aandacht is voor het voorkomen van verklevingen, lukt het in de praktijk niet altijd om deze volledig te vermijden. Wanneer verklevingen klachten veroorzaken, verschuift de focus naar behandeling.


De behandeling bestaat in de praktijk meestal uit een chirurgische ingreep waarbij verklevingen worden losgemaakt. Dit kan via een kijkoperatie (laparoscopie) of een open buikoperatie.


De laparoscopische aanpak heeft vaak de voorkeur, omdat deze minder belastend is voor het lichaam en gepaard gaat met minder complicaties en een sneller herstel. Toch is deze techniek niet in alle situaties geschikt. Bij sterk uitgezette darmen, uitgebreide of complexe verklevingen, of wanneer het zicht beperkt is, kan een open buikoperatie veiliger zijn. De chirurg heeft dan meer overzicht en ruimte om zorgvuldig te werken, wat het risico op beschadiging van organen kan verkleinen.


De resultaten van operaties waarbij verklevingen worden losgemaakt, met name bij chronische buikpijn, zijn erg wisselend. Dit betekent dat het niet voor iedereen hetzelfde effect heeft. Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de patiënten na zo’n ingreep weinig tot geen verbetering van hun klachten ervaart. In sommige gevallen nemen de klachten zelfs toe. Opvallend is dat de uitkomsten soms vergelijkbaar zijn met die van patiënten die alleen een kijkoperatie hebben gehad, zonder dat er daadwerkelijk iets behandeld werd. Met andere woorden: het losmaken van de verklevingen lijkt niet altijd beter te werken dan niets doen. Dit roept de vraag op hoe effectief deze operatie daadwerkelijk is als behandeling voor pijnklachten.


De keuze voor behandeling is daarom niet zwart-wit. In acute situaties, zoals bij een darmobstructie, is een operatie vaak noodzakelijk. In andere gevallen vraagt het om een zorgvuldige afweging tussen de beperkte kans op verbetering en de risico’s van opnieuw opereren.

 

Verklevingen na buikoperatie

Osteopathie

Binnen de osteopathie wordt bij postoperatieve verklevingen uitgegaan van een samenhang tussen lokale weefselveranderingen in de buik en het functioneren van het gehele lichaam. Verklevingen kunnen niet alleen de beweeglijkheid in het abdominale gebied (buikgebied) beïnvloeden, maar ook doorwerken op spanningsverdeling, houding en de mobiliteit van andere lichaamsregio’s.


De behandeling richt zich op het herstellen van bewegingsvrijheid, met aandacht voor het myofasciale systeem (spier- en bindweefselsysteem). Door middel van zachte manuele technieken wordt gewerkt aan het verminderen van spanningsrestricties en het ondersteunen van een evenwichtige belasting van het lichaam.


In de praktijk kan dit bijdragen aan meer algeheel comfort, een betere bewegingsvrijheid en een vermindering van secundaire klachten die samenhangen met compensaties in andere regio’s, zoals de rug, het bekken of de thorax.

Onderzoek naar viscerale mobilisatietechnieken laat zien dat er aanwijzingen zijn voor positieve effecten op weefselherstel en mobiliteit in een vroege postoperatieve fase. Dit ondersteunt de gedachte dat manuele benaderingen kunnen bijdragen aan een gunstiger herstelmilieu na chirurgie.


Belangrijk om te vermelden is dat osteopathie bestaande adhesies niet kan verwijderen of oplossen. De behandeling richt zich wel op het verbeteren van de mobiliteit van omliggende weefsels en structuren, waardoor de beweeglijkheid en functie van het gebied als geheel kan verbeteren en het lichaam beter kan functioneren binnen de aanwezige beperkingen.

 

Verklevingen en late klachten

In de literatuur wordt vooral gesproken over adhesies: bindweefselverbindingen tussen normaal gescheiden structuren, meestal ontstaan na een operatie of ontsteking. Deze veranderingen kunnen direct ontstaan, maar leiden niet altijd meteen tot klachten.


In sommige gevallen blijven klachten lange tijd uit. Het lichaam kan zich namelijk deels aanpassen aan veranderde verhoudingen en verminderde beweeglijkheid in de buik. Hierdoor worden beperkingen in het begin niet altijd direct gevoeld. Pas wanneer het weefsel meer belast wordt of minder flexibel wordt, kunnen er klachten ontstaan, zoals een trekkend of beperkt gevoel in de buik of omliggende structuren. Dit kan verklaren waarom klachten in sommige gevallen pas jaren na een operatie ontstaan.


Wanneer de beweeglijkheid afneemt, kan er een vicieuze cirkel ontstaan: verminderde beweging leidt tot meer stijfheid en spanning in het weefsel, waardoor structuren nog minder goed ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Dit kan de belasting op het systeem verder vergroten, wat opnieuw bijdraagt aan afname van flexibiliteit en het in stand houden of verergeren van klachten.


Vanuit een functioneel perspectief wordt beweging van organen en weefsels gezien als belangrijk voor het behoud van soepele glijvlakken en normale functie. Wanneer deze beweeglijkheid afneemt, kan dit bijdragen aan stijfheid en een minder optimale samenwerking tussen structuren.


Binnen de osteopathie ligt de focus daarom op het verbeteren van deze mobiliteit in het totale systeem. Niet om adhesies zelf te verwijderen, maar om de functie en beweeglijkheid van het lichaam binnen de aanwezige situatie te optimaliseren en zo deze vicieuze cirkel te doorbreken en klachten te verminderen.

 

Fascia, pijn en verklevingen: een geïntegreerd perspectief

 

Referred pain en de vertekening van pijnlocaties

Pijn bij adhesies is niet altijd te herleiden tot de exacte bron. Dit kan deels worden verklaard door referred pain, waarbij pijn op een andere plek wordt ervaren dan waar de oorsprong ligt. Dit komt vaak voor bij viscerale structuren zoals organen.


De verklaring ligt in de verwerking van zenuwsignalen: Zenuwsignalen uit organen, spieren en de huid komen samen in dezelfde delen van het ruggenmerg. Hierdoor kan het zenuwstelsel de oorsprong minder nauwkeurig onderscheiden en wordt pijn soms naar een ander lichaamsdeel “geprojecteerd”. Een klassiek voorbeeld is een hartinfarct waarbij pijn kan uitstralen naar arm, schouder of kaak. Dit mechanisme kan bijdragen aan een wisselend en minder duidelijk pijnpatroon bij abdominale adhesies.


Verklevingen na buikoperatie

Aanhoudende pijn en centrale sensitisatie

Wanneer pijn langdurig aanwezig is, speelt niet alleen de lokale situatie een rol, maar ook de manier waarop het zenuwstelsel signalen verwerkt. Bij aanhoudende of herhaalde prikkeling kan centrale sensitisatie ontstaan, waarbij het pijnsysteem gevoeliger wordt.


De pijnbanen in ruggenmerg en hersenen staan dan als het ware “op scherp”: signalen worden sneller en sterker doorgegeven, terwijl remmende systemen minder effectief functioneren. Dit kan leiden tot allodynie (pijn bij normale prikkels) en hyperalgesie (versterkte pijnervaring).


Dit mechanisme kan een rol spelen bij langdurige buikklachten, waaronder klachten waarbij adhesies betrokken zijn. Hoewel centrale sensitisatie kan afnemen wanneer de prikkeling vermindert, kan het zenuwstelsel in sommige gevallen langdurig gevoeliger blijven.


Hierdoor is pijn niet altijd een directe afspiegeling van de lokale weefsels, maar ook van veranderingen in de verwerking van pijnsignalen in het zenuwstelsel.

 

Het fasciale netwerk en de invloed van adhesies

Fascia is een continu bindweefselnetwerk dat spieren, organen en andere structuren met elkaar verbindt en beweging tussen deze structuren mogelijk maakt. Dit netwerk loopt door het hele lichaam, waardoor verschillende regio’s mechanisch met elkaar in verbinding staan.


Verklevingen na buikoperatie

Adhesies in de buik beperken de lokale beweeglijkheid van weefsels. Dit kan leiden tot veranderde spanning in het omliggende bindweefsel en invloed hebben op aangrenzende regio’s, zoals het bekken en de onderrug. Via het fasciale netwerk kunnen deze veranderingen zichook nog verder uitbreiden naar andere delen van het lichaam, zoals de schouders of benen.


Het diafragma speelt hierbij een belangrijke rol, vanwege de directe relatie met de buikorganen en de ademhaling. Veranderingen in dit gebied kunnen daardoor effect hebben op zowel lokale als meer globale bewegingspatronen. De mate waarin adhesies klachten op afstand veroorzaken verschilt per persoon, maar ze kunnen bijdragen aan een breder klachtenbeeld dan alleen de buikregio.

 

 

Wat zegt de wetenschap?

Één van de meest consistente en veelbelovende bevindingen binnen de huidige literatuur komen uit een review van Lackner (2017), “The Pathophysiology of Postoperative Peritoneal Adhesions – Osteopathy as a Treatment Option?”. In deze review wordt een overzicht gegeven van meerdere studies naar osteopathische en manuele technieken bij adhesiegerelateerde klachten.


De resultaten laten zien dat technieken gericht op het verbeteren van weefselmobiliteit, zoals osteopathische manipulatieve technieken en myofasciale benaderingen, samenhangen met vermindering van klachten zoals pijn, functionele beperkingen en darmgerelateerde problemen. Daarnaast wordt in de literatuur herhaaldelijk een verbetering beschreven in het functioneren van betrokken orgaansystemen en de algehele kwaliteit van leven.


Lackner concludeert dat osteopathische benaderingen met name gericht zijn op het herstellen van mobiliteit en het verminderen van restricties in weefselstructuren, wat klinisch kan bijdragen aan symptomatische verbetering bij adhesiegerelateerde problematiek.


Dit ondersteunt de gedachte dat osteopathische interventies een waardevolle bijdrage kunnen leveren binnen een ondersteunende benadering van adhesiegerelateerde klachten, met name gericht op het verbeteren van functie en het verminderen van symptomen.

 

Wist je dat?

 Een bijzonder weetje om mee af te sluiten: je organen liggen niet stil in je buik. Bij elke ademhaling bewegen ze mee met het middenrif. De nieren zijn daar een mooi voorbeeld van: bij een rustige ademhaling bewegen ze gemiddeld vaak minder dan één centimeter op en neer. Bij dieper ademen kan die beweging gemiddeld oplopen tot ongeveer één tot vier centimeter.


Die beweging is belangrijker dan je misschien denkt. Organen moeten niet alleen hun eigen functie kunnen uitvoeren, maar ook soepel kunnen glijden ten opzichte van omliggende vliezen, bindweefsel, bloedvaten en andere organen. De ademhaling werkt daarbij als een natuurlijke pomp: steeds opnieuw ontstaat er beweging, drukverandering en doorstroming in de buik en borstkas.


Wanneer weefsel minder goed kan meebewegen, bijvoorbeeld door littekenweefsel of adhesies na een operatie of ontsteking, kan dat de natuurlijke glijbeweging tussen structuren beperken. Daardoor kan er meer spanning ontstaan op omliggend weefsel, wat bij sommige mensen kan bijdragen aan buikklachten, een trekkend gevoel of pijn.


Met andere woorden: ademhalen is niet alleen lucht verplaatsen. Bij elke ademhaling beweegt je hele binnenwereld zachtjes mee.

 
 
bottom of page